Begrippenlijst Lenen

Let Op! Geld Lenen kost Geld
Aanvraag Aanvraag: Een gratis en vrijblijvend verzoek naar de mogelijkheden voor het afsluiten van een lening.
Afbetaling Afbetaling: Een aankoopbedrag in termijnen terugbetalen. Je krijgt de aankoop direct mee. Je wordt officieel eigenaar van de aankoop zodra het volledige bedrag is terugbetaald. Voldoe je niet aan je betalingsverplichting, dan kan de verkoper het product terugeisen.
Aflossing Aflossing: Het terugbetalen van geleend geld. Dit gebeurt vaak in maandelijkse termijnen.
Aflossingsvrije Lening Aflossingsvrije Lening: Een leenvorm waarbij je gedurende de looptijd alleen rente betaalt. Aan het einde van de looptijd betaal je in één keer het totale geleende bedrag terug.
AOV AOV: Arbeids Ongeschiktheids Verzekering.
Assurantiebelasting Assurantiebelasting: Belasting over een verzekering. De Assurantiebelasting bedraagt 9,7% (2012). De betaalde belasting wordt door de verzekeraar aan de belastingdienst afgedragen. Assurantiebelasting geldt niet voor herverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering, levensverzekering, ongevallenverzekering, transportverzekering en zorgverzekering.
Beleggingskrediet Beleggingskrediet: Kredietvorm waarbij je periodiek rente betaalt over het geleende bedrag. En daarnaast een bedrag in aandelen belegt. Aan het einde van de looptijd moeten de aandelen voldoende waard zijn om het krediet geheel af te lossen.
Bemiddelaar Bemiddelaar: Iemand die bemiddelt in financiële producten, zoals hypotheken, leningen of verzekeringen. Een bemiddelaar wordt ook wel tussenpersoon genoemd.
BKR BKR: Bureau Krediet Registratie Het BKR is gevestigd in Tiel. Een geldlening wordt door banken en geldverstrekkers aangemeld bij het BKR. Ook melden zij hier een ongeoorloofde betalingsachterstand.
Bureau Schuldhulpverlening Bureau Schuldhulpverlening: Een bureau dat mensen helpt bij het zoeken naar een oplossing voor hun problematische schulden.
Consumptief Krediet Consumptief Krediet: Een bankterm voor kredietvormen, die worden gebruikt voor de aanschaf van goederen met beperkte houdbaarheid. Vormen van consumptief krediet zijn: Persoonlijke lening, Doorlopend krediet, Koop op afbetaling en Huurkoop. Producten, die vaak met consumptief krediet worden gefinancierd zijn: auto, witgoed (wasmachine, wasdroger) en bruingoed (tv radio, stereoinstallatie) en vakantiereizen.
CreditCard CreditCard: Betaalpas of KredietKaart waarmee je op krediet aankopen kunt doen. De verkoper ontvangt het geld van de creditcardmaatschappij en je betaalt het bedrag later (eventueel in delen) terug.
Debetrentevoet Debetrentevoet: Het rentepercentage dat op jaarbasis over een lening wordt berekend. De rentevoet kan vast of variabel zijn.
Doorlopend Krediet Doorlopend Krediet: Een Continu Krediet waarbij de lener de beschikking krijgt over een bepaald maximumbedrag. Bij een doorlopend krediet betaal je alleen rente over het bedrag dat daadwerkelijk is opgenomen. Het rentepercentage is variabel. De maandelijkse termijn op een doorlopend krediet is 1%, 1,5% of 2% van de kredietlimiet.
EffectenKrediet EffectenKrediet: Effectenkrediet is een krediet tegen onderpand van effecten. De effectenportefeuille wordt aan de bank in onderpand gegeven. Het bedrag dat kan worden opgenomen (de kredietlimiet) is afhankelijk van een afgesproken maximum en van de dekkingswaarde van de effecten.
Effectieve Rente Effectieve Rente: De effectieve rente is het rentepercentage op jaarbasis van een geldlening waarin alle kosten zijn verrekend.
Geldkrediet Geldkrediet: Geldkrediet is een term die wordt gebruikt voor een lening waarbij het de klant in principe vrij staat om te doen wat hij wil met het geleende geld. De tegenhanger is het goederenkrediet.
Geoorloofde debetstand op rekening Geoorloofde debetstand op rekening: Als je geldbedragen kunt opnemen die je beschikbare tegoed op de rekening te boven gaan. Je mag Roos staan. Het kan hierbij gaan om een betaalrekening bij een bank of om een rekening bij een thuiswinkel.
GoederenKrediet GoederenKrediet: Een vorm van kredietverstrekking waarbij er een directe relatie is met het doel van de lening. Een voorbeeld is een lening die specifiek bedoeld is om de aankoop van een nieuwe auto mee te financieren. De hoogte, duur en vorm van de lening worden afgestemd op het aan te schaffen object.
Hoofdelijk Aansprakelijk Hoofdelijk Aansprakelijk: Als een leencontract door twee personen is ondertekend, dan zijn beide personen hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele schuld. Vanwege deze Hoofdelijke Aansprakelijkheid kan de kredietverstrekker, indien nodig, de gehele schuld op één van beiden kan verhalen.
Huurkoop Huurkoop: In geval van huurkoop leent een financier je geld om een bepaald object te kopen, bijvoorbeeld een auto. Je betaalt vervolgens het aankoopbedrag in delen terug aan de financier. Pas na betaling van de laatste termijn ben je volledig eigenaar van het product. Kan of wil je op een gegeven moment niet meer terugbetalen, dan worden de reeds betaalde termijnen gezien als huurbetalingen. Het eigendomsrecht vervalt en je kunt het object weer terugbrengen naar de verkoper.
JKP JKP: Het jaarlijks kostenpercentage is het bedrag dat je boven op de aflossing van de schuld als vergoeding aan de kredietverstrekker betaalt. In het JKP zijn alle kosten van het krediet opgenomen, waardoor je de aanbiedingen van kredietgevers beter kunt vergelijken.
KredietAanbieder KredietAanbieder: Financiële onderneming, die geldleningen aanbiedt aan consumenten.
KredietAanbieding KredietAanbieding: Openbare uiting waarin een krediet wordt aangeboden.
In een kredietaanbieding is een vermelding van het effectieve rentepercentage, het termijnbedrag en de looptijd verplicht.
KredietGever KredietGever: De kredietgever is diegene, die geld uitleent aan een ander (de kredietnemer).
KredietKlasse KredietKlasse: Kredietgevers delen kredieten in verschillende klassen in, afhankelijk van de hoogte van het te lenen bedrag. Voor een hogere klasse (meer geld) geldt een lagere rente.
Kredietlimiet Kredietlimiet: Het maximaal te lenen bedrag. Bij het bepalen van je maximale kredietlimiet kijkt een geldverstrekker onder meer naar je inkomen, je vaste lasten en je persoonlijke omstandigheden.
Kredietnemer Kredietnemer: Diegene, die geld leent van een ander (de kredietgever).
Kredietsom Kredietsom: De hoogte van het geleende bedrag.
Woonhuis Een gebouw, dienende tot particulier bewoning, inclusief de bij het gebouw behorende bijgebouwen en terreinafscheidingen.
WOZ Wet Waardering Onroerende Zaken
Kredietvergoeding Kredietvergoeding: De rente en kosten, die de kredietgever in rekening brengt voor een lening.
Lease Lease: Als je least, betaal je periodiek een bedrag. In ruil daarvoor krijg je de beschikking over een bepaald object, bijvoorbeeld een auto. Er bestaan verschillende leasevormen. Bij een operational lease betaal je alleen voor het gebruiksrecht en wordt het object nooit je eigendom. Dit lijkt dus sterk op huren. Een financial lease houdt in dat je het object koopt en daar steeds een deel (plus rente) aan afbetaalt. Dit lijkt dus sterk op huurkoop.
Looptijd Looptijd: De periode waarin je de lening moet terugbetalen De looptijd wordt meestal uitgedrukt in maanden. Bij een doorlopend krediet is er alleen sprake van een theoretische looptijd. Je kunt afgeloste bedragen namelijk altijd opnieuw opnemen.
Maandlast Maandlast: Het totale bedrag, dat je maandelijks kwijt bent aan rente en aflossing voor een lening.
Maandrente Maandrente: Het bedrag, dat je maandelijks kwijt bent aan rente voor een lening.
Medeaansprakelijkheid Medeaansprakelijkheid: Wie een financieringscontract mee ondertekent is medeaansprakelijk voor de terugbetaling van het gehele leenbedrag. Ook al was de lening niet voor jouzelf bedoeld, als je mee hebt getekend kan de geldverstrekker de totale openstaande schuld op jou verhalen als de betalingsverplichtingen niet worden nagekomen.
Nominale rente Nominale rente: De rente, die je op jaarbasis moet betalen voor een krediet.
Overbruggingskrediet Overbruggingskrediet: Een lening die gebruikt wordt om een periode te overbruggen waarin je tijdelijk geld tekort hebt. Bijvoorbeeld wanneer je een nieuw huis wil kopen, maar het oude nog niet verkocht hebt. Zodra je het oude huis verkoopt, los je met de opbrengst daarvan het overbruggingskrediet af.
Oversluiten Oversluiten: Het onderbrengen van een bestaande lening bij een andere geldgever of het opnieuw afsluiten van een bestaande lening bij dezelfde geldgever tegen een lagere rente. Vaak zijn aan het oversluiten van een lening (boete)kosten verbonden.
Persoonlijke Lening Persoonlijke Lening: Een simpele, duidelijke en populaire leenvorm waarbij de hoogte van het leenbedrag, de looptijd, de termijnbedragen en de hoogte van de rente vastliggen. Je krijgt het totale leenbedrag in één keer uitgekeerd en betaalt het bedrag (plus rente) via periodieke betalingen binnen een vooraf afgesproken periode terug.
Rekening Courant Krediet (RC) Rekening Courant Krediet (RC): De mogelijkheid om tot een bepaald bedrag (de limiet) "rood" te staan op je betaalrekening.
Rente Rente: De periodieke vergoeding, die de geldverstrekker in rekening brengt voor het feit dat hij aan jou geld leent. De rente is een percentage van de kredietsom.
RenteKrediet RenteKrediet: Een vorm van een doorlopend krediet waarbij je gedurende een bepaalde periode niet hoeft af te lossen. In die periode hoef je dus alleen maar rente te betalen over het geleende bedrag. Dit is vooral een aantrekkelijke leenvorm als je nu hoge kosten hebt, maar (vrijwel) zeker weet dat je straks meer geld te besteden hebt.
TermijnBetaling TermijnBetaling: De periodieke betaling van de geldnemer aan de geldgever voor de aflossing van het krediet en de betaling van de kosten (rente).
Variabele Rente Variabele Rente: Een rente die niet vastligt, maar meestijgt of meedaalt met de rentetarieven op de geldmarkt. Een bekend voorbeeld van een leenvorm met variabele rente is het doorlopend krediet.
Vaste Rente Vaste Rente: Een rente die hetzelfde blijft gedurende de looptijd van de lening. Een bekend voorbeeld van een leenvorm met vaste rente is een persoonlijk lening.
Vertragingsvergoeding Vertragingsvergoeding: Een Vertragingsvergoeding is een extra bedrag dat in rekening wordt gebracht in geval van een betalingsachterstand. Normaal gesproken gaat het hier om een (rente)percentage van het openstaande bedrag.
Vervroegde Aflossing Vervroegde Aflossing: Het eerder dan afgesproken betalen van een of meer termijnbetalingen. In sommige gevallen brengt de geldverstrekker voor een vervroegde aflossing een boetebedrag in rekening.
Voorlopige teruggave Voorlopige teruggave: Belastingteruggave op basis van aftrekbare rente op een hypotheek, geldlening of krediet. Rente is aftrekbaar indien het geleende geld gebruikt werd voor de eigen woning.
WCK WCK: Wet Consumenten Krediet. Deze wet is voor een groot deel vervangen door de Wet financiële dienstverlening (Wfd) en per 1 januari 2007 voor een groot deel vervangen door de Wet op het financieel toezicht (Wft). Ook zijn in de Wft nieuwe definities opgenomen over krediet. Op grond van artikel 35 Wck wordt nog steeds de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding vastgelegd.
Werkgeversverklaring Werkgeversverklaring: Een door de werkgever ingevulde en ondertekende verklaring met informatie over de inkomensopbouw, functie en arbeidsverhouding met de werknemer.
Wft Wft: De Wet op het financieel toezicht (Wft) is ingevoerd op 1 januari 2007. Deze wet regelt het toezicht op de financiële sector in Nederland. In deze wet zijn alle regels en voorschriften voor financiële markten en het toezicht daarop samengebracht.

De Spaar en Krediet Experts * Mandarijnstraat 59 * 1326 GS Almere * 036 - 5346350